Skip navigation

Reizigers Advies Raad


Vervoerregio Amsterdam
 
 
print

Advies NvU Leidsebuurt

De Reizigers Advies Raad (RAR) voor het openbaar vervoer in de concessie gebieden van de Stadsregio Amsterdam heeft tijdens de vergadering van 16 april een toelichting ont-vangen op de Nota van Uitgangspunten (NvU) voor de herinrichting van de openbare ruimte Leidsebuurt.

De RAR kan instemmen met de doelstellingen van de NvU, om te komen tot een aantrekke-lijk plein met een belangrijke plaats voor de voetganger. Voldoende aandacht voor bereik-baarheid van het plein met openbaar vervoer kan goed passen in die doelstelling. Tenslotte hechten alle partijen aan goed openbaar vervoer om daarmee de bereikbaarheid en leef-baarheid te vergroten en sociaal isolement te voorkomen. Als de functionaliteit maar niet ondergeschikt wordt gemaakt aan de vormgeving. De NvU wekt met het verplaatsten van de haltes echter wel die indruk.

Om het gestelde doel te bereiken worden in de NvU de huidige tramhaltes op het plein ver-plaatst naar de Leidsebrug en de halte op het Kleine Gartmanplantsoen naar het oosten verschoven. Het Leidseplein vormt niet alleen een bestemming voor vele reizigers en wordt zo minder goed bereikbaar, maar is tevens een belangrijk overstappunt van de tramlijnen 1,2 en 5 op de 7 en 10, alsmede met vele buslijnen. Door die halteparen verder uit elkaar te leggen worden de loopafstanden langer en neemt de aantrekkelijkheid van de overstapfunctie en daarmee van het openbaar vervoer af. Daarnaast kan, volgens de RAR, van een fysieke belemmering op het Leidseplein vanwege halterende trams zeker geen sprake zijn, daar ook in de nieuwe situatie de trams voor de ingang van de Leidsestraat moeten wachten. Juist door de haltes op het plein te handhaven zal het voetgangersverkeer beter gereguleerd worden en een rustiger straatbeeld ontstaan. De RAR is dan ook niet overtuigd van de noodzaak de haltes te verplaatsen.

Volgens het programma heeft de nieuwe halte op de Leidsebrug voldoende capaciteit om alle tram- en bushalteringen af te wikkelen. Onduidelijk is of bij het vaststellen daarvan, naast de huidige hoeveelheid aan openbaar vervoer, rekening is gehouden met groei vanwege de wens om het gebruik verder te stimuleren. Daarnaast is deze halte, voor toeristen richting Aalsmeer en Schiphol, een belangrijke opstaphalte voor de bus. Het instappen van toeristen neemt veel tijd in beslag hetgeen de doorstroming van het tramverkeer negatief zal beïnvloeden. De RAR is van mening dat die hoeveelheid trams en bussen niet op deze halte kan worden verwerkt en verwacht op zijn minst dat dit met cijfers en metingen wordt aangetoond.

Vanwege alle wijzigingen in de verkeersafwikkeling is een simulatie uitgevoerd waarmee kennelijk is aangetoond dat de voorgestelde inrichting leidt tot slechts een beperkt rijtijd-verlies voor tram en bus van 4 seconden. Vanwege de toegenomen afstanden tussen de haltes nemen de loopafstanden en daarmee de overstaptijden tot, hetgeen tot uitdrukking moet komen in extra tijd in de dienstregeling om de overstap ook te kunnen realiseren. Gebleken is dat in die simulatie met deze extra tijd geen rekening is gehouden. De RAR adviseert een simulatie uit te voeren waarin met dit aspect wel rekening wordt gehouden.

Aangezien de trams niet meer halteren op het plein zal de snelheid van de trams uit de Leidsestraat en over het plein ook toenemen. De RAR vraagt zich af in welke mate met dit gegeven wordt omgegaan in de inrichting van het plein. Het zou voor de RAR niet moeten leiden tot een verlaagd snelheidsregime voor de tram waardoor het rijtijd verlies verder gaat toenemen. De RAR adviseert in alle situaties het onderscheid tot het voetgangersdomein en dat van de trams duidelijk in de bestrating tot uitdrukking te laten komen.

Onlangs heeft de RAR geconstateerd dat het Rembrandtplein eveneens wordt heringericht. Ook een belangrijk plein met veel verblijfsactiviteiten, weinig verkeer en veel aandacht voor de voetganger. Opvallend is dat bij de herinrichting geen discussie is gevoerd over toegan-kelijkheid, obstakels en het verplaatsen van de tramhalte. Hier kan dus wel blijven bestaan wat op het Leidseplein kennelijk niet kan. Daarmee wordt kennelijk op een verschillende wijze omgegaan met functionaliteit versus vormgeving. De RAR heeft sterk de indruk dat het stellen van de uitgangspunten vooral afhangt van de keuze van de ontwerper en betreurt dat.

Resumerend ziet de RAR in dit NvU geen aspecten die aansluiten bij de rol van het open-baar vervoer om een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad. De RAR adviseert de NvU zo aan te passen dat de tram- en bushaltes op zowel het Leidse-plein als op het Kleine Gartmanplantsoen op hun huidige plaats gehandhaafd kunnen blijven en het plein zijn goede openbaar vervoerfunctie behoud. Bovendien ziet de RAR de reactie op de gestelde vragen met belangstelling tegemoet.