Skip navigation

Reizigers Advies Raad


Vervoerregio Amsterdam
 
 
print

RAR Advies over fietsen in de IJtram

De Reizigers Advies Raad (RAR) voor het openbaar vervoer in de concessie gebieden van de Stadsregio Amsterdam heeft op 17 februari van u het verzoek ontvangen te adviseren over de uitwerking van de motie uit 2005 voor uitbreiding van het aantal mee te nemen fietsen in de IJ-tram.

De RAR begrijpt dat de fietsverbinding tussen IJ-burg en het centrum van Amsterdam langer en minder aantrekkelijk is dan vanuit andere delen van de stad en voor andere vervoermid-delen. Lijn 26 kan gebruikt worden om het reizen met de fiets sneller en comfortabeler te maken. Om die reden mogen nu twee fietsen worden vervoerd en vanwege de groei van het aantal inwoners is in de motie aangedrongen om dit aantal uit te breiden naar zeven.

Een besluit om meer ruimte beschikbaar te stellen voor de fiets gaat ten koste van zitplaats-en voor de reizigers en bij het gebruik van die plaatsen door fietsen, ten koste van de gehele capaciteit. Om zeven fietsplaatsen te realiseren zullen, vanwege de inrichting van de gebruikte Combino’s op de IJ-tram, mogelijk de meest comfortabel zitplaatsen moeten worden ingeruild. Daar is de RAR geen voorstander van. Bovendien biedt het de ‘fietsende’ reiziger ook nog eens onvoldoende duidelijkheid over welke tram wel en welke niet gebruikt kan worden. De RAR is dan ook meer tevreden met het voorgelegde voorstel waarbij in elke tram de fietscapaciteit wordt uitgebreid naar 3 plaatsen. Deze plaatsen worden gemaakt op de huidige rolstoelplaats. Door elders in de tram drie zitplaatsen te laten vervallen ontstaat daar voldoende ruimte voor nieuwe rolstoel- en kinderwagenplaatsen. Bovendien kunnen fietsers nu in principe met elke tram mee hetgeen goed aansluit bij de behoefte van die reizigersgroep.

De RAR heeft wel bedenkingen tegen de gevolgen van dit voorstel. Vanwege het groeiend aantal bewoners van IJ-burg zal ook het gebruik van de tram alleen nog maar gaan toenem-en. Door ruimte voor de fiets aan te bieden neemt de capaciteit voor andere reizigers af en dat zou kunnen leiden tot een eerder dan geplande verhoging van de frequentie. Vanwege de toch al vrij hoge frequentie zit daar echter ook weer een beperking aan. Het gevolg is dat mogelijk eerder moet worden overgegaan tot de aanschaf van extra materieel om op termijn misschien gekoppeld te kunnen gaan rijden. Vervolgens zal het meenemen van steeds meer fietsen ook leiden tot vertragingen bij het in- en uitstappen van de trams zeker op de drukkere momenten zodat de regelmaat en betrouwbaarheid onder spanning kan komen te staan.

Tijdens de presentatie is dat laatste onderkend en wordt door het GVB ook overwogen het instapregime met name voor reizigers met kinderwagens en rolstoelreizigers te versoepelen. Dat betekent dat het ook wordt toegestaan om bij de andere deuren in te stappen dan alleen die bij de conducteur en de bestuurder. Dat is een passende oplossing met ongetwijfeld ook weer andere nadelen zoals een toenemende mogelijkheid van ‘zwart rijden’.

Kortom het meenemen van extra fietsen wordt door sommige reizigers als een voordeel gezien en door vele anderen als een nadeel. Gelukkig is dat in het voorstel voorzien en wordt aangegeven dat er eind 2009 een evaluatie van de maatregel zal worden uitgevoerd. De RAR is daar uiteraard tevreden mee maar vindt dat de evaluatie wel erg snel na de introductie moet worden uitgevoerd. De RAR adviseert de maatregel zich in een meer redelijke periode te laten bewijzen en de evaluatie pas te starten begin 2010. Over de wijze van evalueren zou de RAR graag kunnen adviseren.

De RAR is een voorstander van het verbeteren van de ketenmobiliteit. Ketenmobiliteit houdt volgens de RAR in het goed op elkaar laten aansluiten van de verschillende vervoermiddel-en en dat is anders dan het nu voorgestelde in elkaar schuiven van de verschillende vervoermiddelen. In de ketenmobiliteit past meer het faciliteren en stimuleren van het gebruik van de OV-fiets bij de verschillende haltes van de IJ-tram. De RAR adviseert daarop een actief beleid te gaan voeren.

Kortom de RAR vindt de voorgestelde oplossing om in elke tram drie fietsstalplaatsen een stuk aantrekkelijker dan het oorspronkelijke plan en heeft ondanks de bedenkingen geen bezwaar tegen deze oplossing. Wel zou de RAR graag een reactie krijgen over de effecten op de capaciteit, het versoepelen van het instapregime, het moment van evalueren en het faciliteren van de OV-fiets als alternatief.

Een afschrift van dit advies zal ook worden verzonden naar de directie van het GVB en het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio Amsterdam.