Skip navigation

Reizigers Advies Raad


Vervoerregio Amsterdam
 
 
print

Advies Reizigers Advies Raad over automatisch rijden

De Reizigers Advies Raad (RAR) voor het openbaar vervoer in de concessie gebieden van de Stadsregio Amsterdam heeft in haar vergadering van 27 november 2008 de voorgestel-de plannen voor het automatisch rijden met het metromaterieel toegelicht gekregen. Op basis daarvan is een voorlopig advies verstrekt waarop eind februari een uitgebreid ant-woord is ontvangen.

De RAR staat niet onwelwillend tegenover het uitgangspunt van het automatisch rijden met de metro in Amsterdam. Wel signaleert de RAR dat daarmee het toezicht op een groot aantal stations verder afneemt en dat daardoor ook een aantal problemen kunnen ontstaan die weer kunnen leiden tot grotere verstoringen in de dienstuitvoering. De beantwoording is soms voldoende of leidt tot aanvullende opmerkingen. In vervolg op de toelichting, het overleg en de schriftelijke beantwoording is de RAR ge-komen tot een definitief advies over automatisch rijden. Daarnaast heeft de RAR aanvul-lende opmerkingen.

Er worden verstoringen verwacht door het openhouden van de deuren door passagiers ten behoeve van reizigers die nog komen aanlopen of door baldadige jeugd, en dit laatste komt in Amsterdam op grote schaal voor. Het antwoord dat die behoefte vermindert op het moment dat de frequentie van de metrolijn wordt verhoogd gaat voor de situatie in Amster-dam, vanwege de invoering van het ‘veilige haven’ systeem, niet op. Maar het is de RAR wel duidelijk dat een metrobestuurder daar ook geen invloed op kan uitoefenen. Aangezien de RAR ook geen voorstander is van extra wanden met deuren op de perrons, ziet de RAR dat dit probleem voorkomen moeten worden met de toegezegde verhoogde aandacht door perronpersoneel en cameratoezicht.

Er worden verstoringen verwacht vanwege personen die zich op de metrobaan begeven (regelmatig wordt op overstapstations door de jeugd de baan overgestoken). Aanvullend op de aangegeven oplossingen adviseert de RAR om op de stations met zijperrons (Amstel-station, Spaklerweg, van der Madeweg, e.a.) hoge hekken tussen de sporen te plaatsen om zo het oversteken via de sporen, en daarmee verstoringen, onmogelijk te maken. De reactie op de gesignaleerde verstoring vanwege het doorglijden bij een gladde baan (bij het begin van regenbuien en bij het weer opdrogen van het spoor) op de bovengrondse stations biedt voldoende vertrouwen bij de RAR.

Het z.g. “veilige haven” klinkt mooi maar kan, volgens de RAR, op geen enkele wijze worden gegarandeerd, omdat dit bij ontsporingen, motorblokkade e.d. niet afdoende werkt en juist dan wordt door de RAR de inzet van personeel van groot belang geacht. De reactie, dat juist bij volledig automatisch rijden de calamiteiten tijdig gesignaleerd worden in de Centrale VerkeersLeiding (CVL) en deze het overzicht hebben en daardoor de juiste ingreep kunnen uitvoeren, stemt de RAR tot tevredenheid. Hetzelfde geldt voor de aangegeven verkleinde kans op het optreden van storingen bij modern materieel en de daarop afgestemde inzet van de stationsstaf of het mobiele calamiteitenteam. De opmerking over het aanbrengen van ontsporingbeveiliging en –geleiding is niet geheel juist aangezien deze maatregelen, op de plaatsen waar de laatste ontsporingen hebben plaatsgevonden, nu net niet mogelijk zijn.

Op de verwachting van de RAR dat een geheel onbemand systeem aanleiding zal zijn tot meer vernielingen en een grotere sociale onveiligheid is geantwoord dat de ondergrondse stations altijd bemenst zullen zijn. Daar kan de RAR mee instemmen mits die bemensing ook zichtbaarder is en zich meer zal gaan inzetten voor de nieuwe taken, dan in de huidige vorm door de reizigers wordt ervaren. Bij het huidig systeem is een bestuurder op het voertuig aanwezig. Dat wekt de indruk van een grotere veiligheid dan wanneer op die plaats niemand meer zit. De RAR realiseert zich daarbij dat die bestuurder niet echt bij kan dragen aan de veiligheid, maar deze kan wel incidenten signaleren. Als het gaat om een werkelijke verbetering van de sociale veiligheid en het voorkomen van vernielingen zou de RAR ook graag meer personeel zien op de bovengrondse stations.

Aanvullend heeft de RAR gevraagd gebruik te maken van bewezen technologie, automa-tisch rijden alleen toe te passen op trajecten waar de metro geheel onafhankelijk rijdt en dat op zowel de stations als in de metrorijtuigen een 100 % goed functionerende geluids- en om-roepinstallatie aanwezig is voor het omroepen van de haltes en berichten bij verstoringen en calamiteiten. In de beantwoording is dit onderkend en is toegezegd dat dit ook onderdeel uitmaakt van de randvoorwaarden of onderdeel uitmaakt van de selectiecriteria voor de keuze bij het nieuwe materieel en de invoering op de verschillende trajecten.

Door de RAR is geconstateerd dat het automatisch rijden zal leiden tot een meer regelma-tige dienstuitvoering, tot een kostenreductie door minder stroomverbruik en lagere exploi-tatiekosten vanwege het wegvallen van bestuurders. Automatisch rijden betekent voor de RAR wel dat er meer aandacht geschonken moet worden aan sociale veiligheid en adviseert bemensing op zowel de ondergrondse als boven-grondse stations en dat ook gedurende de gehele dienstuitvoering alsmede de genoemde veiligheidsmaatregelen over te nemen.

Onder die voorwaarden adviseert de RAR positief over de invoering van automatisch rijden met de metro.